<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>CAFE-CONTROLE</title>
	<p>„Ach, agent doe niet zo kinderachtig. Neem zelf óók wat,&quot; riepen cafébezoekers tegen Cor Enneking, eertijds de „Godfather van het Arnhemse Spijket kwartier&quot; genoemd, als hij weer eens gestoken in politieuniform z&apos;n nachtelijke ronde deed om kasteleins en cafébezoekers te wijzen op het feit dat er naast een tijd van k6men ook een tijd van g&amp;£n is. „Nee, nee, in diensttijd kan ik niet drinken, dat weet u héél goed,&quot; zei hij dan. „En nou niet langer zeuren of ik neem de muziekvergunning óók nog in beslag!&quot; Joop de.H., alias „Bello&quot;, een kennis van Cor, zou het ook eens proberen. Gekleed als hoofdagent vervoegde hij zich bij Café Van Leur aan de Catharijnestraat ter controle van het sluitingsuur. De deur bleef echter voor hem gesloten. Toen zijn kloppen overging in bonken en barse sommaties om de sterke arm der wet ter controle binnen te laten door de nacht schalden, deed caféhouder Jan van Leur open met de verontwaardigde vraag: „Ziet u niet dat wij al lang gesloten zijn?&quot; De agent bleek zó beschonken dat dit detail hem was ontgaan. Later in de nacht werd hij door z&apos;n echte „collega&apos;s&quot; gearresteerd. Hoewel hij geen verzet bood, moest hij het bureau binnen worden gedrfigen. Nu nog wordt er over de politiéle acties Cor en Joop gegierd van het lachen in de Gelderse hoofdstad. Vooral ook over de manier waarop Enneking uiteindelijk ontmaskerd werd. Bij wijze van stunt zou hij in het holst van de nacht „Haarlemse Joop&quot;, die weigerde een boete te betalen, van bed lichten. Een passerende politiepatrouille zag het gebeuren. Dus het slot van het liedje was, dat Cor aan zijn tegenstribbelende arrestant stond te trekken, terwijl de échte agenten aan hém stonden te sjorren... Veel ernstiger was het optreden van een andere Arnhemmer, de toen 22-Jarige Paul Thomassen, die een 9 eenheid van de ME tijdens de ;■ eerste Molukse treinkaping, ? op de meest vooruitgescho- :&gt; ven waarnemingspost van de 1} politie, naar zijn pijpen liet dansen. Terwijl de hele we- :&lt; reld de adem inhield over het &gt; lot van de gijzelaars die bij de ij minste of geringste foute be- &apos;j slissing van het beleidscentrum het leven konden ver- &amp; liezen, voer Thomassen als v pseudo-commandant op de 2 speerpuntpositie een koers ?; naar eigen inzicht. Het uni- t form, waarmee hij zelfs de 5 politie in deze crisissituatie 5 volkomen intimideerde, was ( het gevechtstenue van een * commando-luitenant. De politiemannen op de post „Anton 10&quot;, allemaal in « de rang van onderoffider,&apos; j gingen er automatisch vaftfj uit, dat deze officier als spe»&gt;: dalist aan hen was toegeüq voegd. Het enige, dat hen ir- ?. riteerde was zijn streng mili-~ *1 taire aanpak. Zoals die dag, dat hij een fotograaf te dicht ;J bij de trein zag komen eri twee agenten opdracht gaf &apos; om, ongezien door de terro-, • risten, in de tijger-slulpgang « door de sloten te kruipen om &gt;; de man te arresteren. Doornat en roetzwart keerden de ;&gt;: agenten van hun opdracht rug om nog een uitbrander te -i krijgen 6ök: „Ik waag hier ie- • dere dag mijn leven, al dagen lang heb ik gezegd dat er gepatrouilleerd moest worden, maar dan gebeurt er niks en nou zie je wat er van komt!&quot;</p>
</text>
